De eigenaar van de cottage heeft het gastenboek nadrukkelijk op tafel gelegd. Hij waardeert het als je er iets in zet: tips en tops zijn welkom. Ik werp er een blik In. Iedereen heeft “a lovely stay” gehad en “can’t wait to return”. Ik wil graag origineel zijn en dus maak ik samen met de rest een paar mooie lijstjes: Culls Cottage, Eating & Drinking, Sightseeing en And further krijgen een opsomming met daarachter een lachende, neutrale of verdrietige smiley. Het ziet er gezellig uit en biedt hopelijk wetenswaardige info. Ik leg de pen neer en zet de laatste koffers in de auto. De terugreis verloopt voorspoedig. In de stromende regen rijden we naar de dagopvang van de honden. Maar als ik om me heen kijk, zie ik alleen glimlachende gezichten. Het was weer een prachtige vakantie. Of zoals Schoonmama zegt: ‘Deze moedersweek krijgt vijf blije smileys!’
Kinderwijsheid
In het vliegtuig bel ik mijn broer om te laten weten dat we zo vertrekken. Mijn nichtje van bijna vier neemt op. Ze begint enthousiast te vertellen wat ze aan het doen is. Als ik een mogelijkheid zie om haar te onderbreken, vraag ik waar haar vader is. Het antwoord luidt: ‘in de tuin’. Ik weet dat ze grote plannen hebben en dat hij waarschijnlijk druk bezig is. Niettemin vraag ik of ze de telefoon snel even aan hem wil geven. Het blijft stil. Als ik informeer of ze er nog is, antwoordt mijn nichtje bevestigend. Weer is het stil. Lang stil. Ik vraag haar nogmaals om de telefoon aan haar vader te geven. ‘Ja, daar ben ik mee bezig!’, zegt ze. ‘Maar ik moet van mama altijd eerst mijn laarzen aantrekken voordat ik naar buiten ga!’
Dichterlijke vrijheid
Ik kwam thuis met in mijn armen een jong katje. ‘Kijk eens, mama, van de slager gekregen!’ Mijn moeder glimlachte en zuchtte een keer: lekker gemakkelijk om een klein kind te verleiden met zo’n poezelig velletje. Zeg nu maar ‘ns dat je het niet mag houden! Ik weet er niets meer van, ik was te jong. Waarschijnlijk noemde ik ‘m Blackie. Formeel heette hij Shakespeare. Een grapje van mijn ouders. Dat weet ik dan nog wel: hoe moeilijk het was om die naam uit te spreken. Sjeekspier. De kat in kwestie is allang gaan hemelen. Maar vandaag moest ik weer aan ‘m denken, toen ik het geboortehuis en graf van zijn naamgenoot bezocht. En voor het eerst echt onder de indruk was van hetgeen hij (de man) had bereikt. Niettemin mopperde ik voor de vorm op de terugweg in de auto maar weer eens op mijn moeder. Dat je huisdieren normale namen moet geven. En daarmee uit! In mijn enthousiasme volledig voorbijgaand aan het feit dat we een dwergpapegaai hebben met de naam VanVelzen en een hond die niet luistert naar de naam Darwin! Ach ja. Laten we het maar op dichterlijke vrijheid houden.
Moederdag
‘Wij doen thuis niet aan Moederdag’, zei Manlief toen ik ‘m net leerde kennen. ‘Wij wel!’, antwoordde ik met een glimlach. En net op Moederdag maakte ik voor het eerst kennis met mijn schoonmoeder. Sindsdien hanteren we zoals het hoort in een goede relatie een middenweg. We maken niet al teveel heisa: een gezellig samenzijn, leuke kaart of mooie bos bloemen. Dit jaar viel het traditionele moedersweekeinde toevallig rondom Moederdag. En hoewel ze zelf de laatsten zullen zijn om iets speciaals te verwachten, willen we er natuurlijk wel aandacht aan besteden. Ik heb de aardigheidjes voorzichtig ingepakt tussen de kleren in de koffer verstopt. Als ik op de bewuste dag wakker wordt, is het huis nog stil. Natuurlijk mogen ze een beetje uitslapen! Dus ik bekijk de emails, speel een paar spelletjes en snuffel wat rond. Dan schiet ik in de lach. Manlief wordt half wakker en vraagt wat er aan de hand is. ‘Ik lees net dat Moederdag een wereldwijd fenomeen is. Maar niet overal op de tweede zondag in mei wordt gevierd. De dames hebben pech! Het is hier in Groot Brittannië allang voorbij!’
Technisch inzicht
We hebben een prachtig authentiek huisje in de Cotswolds voor het traditionele (en inmiddels fors verlengde) moedersweekeinde. Het is grondig gerenoveerd en van alle gemakken voorzien. Maar met die rustieke kleine glas-in-lood ruitjes en lage deuropeningen (driewerf ‘au’ in de eerste 24 uur). Nadat we de slaapkamers hebben verdeeld en de koffers uitgepakt, neem ik de introductiemap door onder het genot van een glaasje welkomschampagne. Het huis is uitermate eco-gericht. We hebben acht bakken om afval te scheiden. Een kruidentuin waaruit we naar hartelust mogen plukken. En het dringende verzoek om naast enorm te genieten van ons verblijf geen energie te verspillen. De riante en prachtig onderhouden tuin is voorzien van sfeerverlichting. Dus ook daarvoor geldt: graag uitschakelen als de gordijnen dicht gaan. Ik volg de beschrijving naar de betreffende lichtschakelaar en zet ‘m om. Ik open de achterdeur ter controle. De lampjes branden nog net zo gezellig als even daarvoor. Weer druk ik op het knopje, met hetzelfde negatieve resultaat. Ik snap er niets van. Dan komt mijn schoonmoeder binnen. Ze heeft (keurig) buiten haar sigaretje gerookt. En zegt: ‘Handig, hè. De tuinverlichting heeft een sensor. De lampen gaan vanzelf uit, totdat je de achterdeur opent. Dan gaan ze weer aan!’
I’m lovin’ it!
Floppy kwam uit een eenoudergezin toen Manlief hem leerde kennen. Al tien jaar lang was hij gewend om alle aandacht én z’n zin te krijgen. Zo at hij regelmatig wat lekkers, al dan niet oorspronkelijk bestemd voor mens of hond. En na het eten een restje, al dan niet speciaal voor hem achtergehouden. Hij was stapelgek op gele vla. En op milkshakes van McDonald. Manlief liet het maar zo: een oude hond leer je geen nieuwe kunstjes. En Floppy leerde je geen nieuwe gewoontes waar hij niet achter stond. Ach ja, Floppy. Toen Darwin in ons leven kwam, werden er wel strikte huisregels opgesteld. Een Beagle neigt heel gauw naar ‘stevig postuur’. Dat is niet leuk om naar te kijken en niet gezond voor het hondje zelf. Dus krijgt Darwin tweemaal per dag hondenbrokken: ’s ochtends als ontbijt en ’s avonds als diner. Tussendoor een hondenkluifje mits hij er iets voor doet. Geen toeters, geen bellen en dus geen menseneten. Ik ging schoorvoetend akkoord. Ben persoonlijk wat gevoeliger voor dat witte randje onder de ogen dat plotseling als troef kan worden ingezet. Maar Manlief had gewoon gelijk. Dus Darwin heeft een gestroomlijnd lichaam waar een Griekse god jaloers op zou zijn. En er is geen sprake van kwijlerig geslijm als wij zitten te eten. Maar. Het is eindelijk lekker weer. De zon schijnt. En McDonalds heeft mijn favoriete milkshake met kokos in de aanbieding! Dus besluit ik na een lange drukke dag op kantoor mezelf op een beker te trakteren. Heerlijk! Dan hoor ik achter me in de auto geluid. Darwin kijkt me vragend aan. Zonder na te denken doop ik mijn vinger in het ijs en houd deze voor zijn bek. Hij snuffelt eraan, likt er voorzichtig van en gaat dan rechtop zitten! Hij vindt het zalig! Gebiedend vraagt hij om meer! Ik geef ‘m nog een vinger en nog een. Voordat ik het weet, zijn de vingers van beide handen op. Genoeg! Ik start de auto en rijd de weg weer op. In gedachten ben ik al bezig met een prioriteitenlijstje voor de avond: was opruimen, strijken, boodschappenbriefje voor Hemelvaartsdag maken. Maar als we langs de volgende McDrive rijden, hoor ik enthousiast vanaf de achterbank: ‘Kijk eens, wat een hoog gebouw!’
Bijzonder indrukwekkend
Elk jaar opnieuw kijken we naar de dodenherdenking op de Waalsdorpervlakte. En elk jaar opnieuw zeggen we tegen elkaar: ‘Maar volgend jaar gaan we!’ Om er na een jaar opnieuw achter te komen dat de tijd voorbij is gevlogen. En we op de televisie naar de indrukwekkende beelden kijken. Niet dit jaar. Dit jaar droppen we Darwin om 5 uur bij oma en rijden naar Den Haag. Bij het tijdelijke parkeerterrein horen we dat er al 800 tot 1000 auto’s staan! En of we dus een plekje in de buurt willen zoeken. Tegen half 7 sluiten we aan in een rij waarvan het einde niet zichtbaar is. Naast ons is een pad vrijgelaten voor genodigden. De sfeer is rustig en ingetogen. Ik zie veel heel oude en heel jonge kinderen. Voor ons staat een gezin met drie (bijna) pubers. Ze zijn vandaag naar Madurodam geweest en sluiten de dag hier af. Bijzonder. Een stukje daarvoor reikt een blonde vrouw bloemen uit aan een groepje Marokkaanse jongeren. ‘Bij elkaar blijven’, zegt ze. Maar zoveel ruimte om te bewegen is er niet. We eten een broodje en wachten. Dan horen we de klok. De stoet komt langzaam in beweging. Manlief pakt mijn hand. We passeren toiletblokken en bordjes met ‘geluid GSM uit’ en ‘stilte aub’. Het geluid van de klok komt langzaam dichterbij. Dan verstomt het en staan we stil. De trompet klinkt en als de laatste tonen wegsterven, hoor je alleen de wind nog. Twee minuten later klinkt het Wilhelmus uit een speaker een eindje verderop. Ontroerd zing ik zachtjes mee, net als de mensen voor, naast en achter mij. Dan zet de rij zich langzaam weer in beweging. Stap voor stap naderen we het oorlogsmonument. Door de bomen zie je de fakkels. Als ik de bekende rode, witte en blauwgespoten dennenappels zie en de marechaussee die de wacht houdt bij de vier kruisen, kan ik alleen maar diep onder de indruk ‘bedankt’ fluisteren. Ik leg mijn feloranje gerbera’s met een rood/wit/blauw lint bij de massa andere bloemen. Dan lopen we verder. De zon is verdwenen en het is koud. Achter ons staan nog duizenden mensen. Later horen we op de radio dat het er meer dan normaal waren: tussen 3500 en 4000. Tegen half 11 zijn we weer thuis. De laatste bezoekers passeren op dat moment de plek op de Waalsdorpervlakte. Bijzonder en indrukwekkend. Blij dat ik erbij was!






